Het burchtonderzoek, gecoördineerd en uitgevoerd door de afdeling archeologie van de stad Antwerpen, omvat drie deelonderzoeken met drie opgravingen op drie private bouwprojecten. Thematisch zijn ze als één te beschouwen, omwille van de ligging in de middeleeuwse burchtzone. Het gaat om noodonderzoek, deels gefinancierd door Immpact.
Bij het onderzoek wordt er een onderscheid gemaakt tussen extra- en intra-muros onderzoek, waarbij de middeleeuwse burchtmuur in kalksteen als scheiding of grens fungeert.
De burchtmuur zelf is ook voorwerp van onderzoek. Naast een bouwfysische en –historische registratie en beschrijving van de muur besteden de onderzoekers ook aandacht aan de datering van de burchtmuur. Traditioneel wordt die beschouwd als zijnde gebouwd in de periode 1200-1225. Dendrochronologisch onderzoek op recent bemonsterd hout onderaan in de muur wijst op een datering rond het jaar 1000. Dit betekent dat men bij de bouw van de burchtmuur ouder hout gebruikte, ofwel dat de burchtmuur heel wat ouder is dan tot dusver verondersteld.
Verder werden er aan de buitenzijde van de burchtmuur twee haakse muurdelen ontdekt, die beschouwd worden als funderingen van torens. Het bestaan van deze torenfunderingspijlers was tot dusver onbekend.
Behalve deze funderingen kwam ook een bak- en natuursteenmassief aan het licht, dat voorlopig geïnterpreteerd wordt als laatmiddeleeuwse brugpijler, bij de doorgang van de burchtmuur ter hoogte van de Zakstraat.
Extra-muros werd de historische bebouwing op de burchtgracht onderzocht. Alles wijst erop dat er al vanaf de late middeleeuwen (onder druk van een denser wordende bebouwing en verstedelijking) de oorspronkelijke verdedigingsgracht gekanaliseerd, gedempt en overbouwd werd. Ook legden de archeologen een dwarsprofiel (doorsnede) doorheen de burchtgracht aan, tussen burchtmuur en rui. De grachtvulling bestaat voor een groot deel uit laatmiddeleeuwse vullingspakketten, met heel wat slachtafval als getuige van het buurtkarakter.
Parallel met de burchtfundering werd extra-muros een rij eikenhouten palen ontdekt. Tot dusver beschouwen de onderzoekers deze als beschoeiing van de burchtgracht. Dendrochronologisch onderzoek op het hout kan hierbij een datering opleveren.
Intra-muros legde het onderzoek zich toe op een drietal elementen: de aarden omwalling, de middeleeuwse occupatie en eventuele pre-walresten. Het beeld van de oudere aarden omwalling, gelanceerd eind 19de eeuw (tekening Wittewrongel), kan met het huidige onderzoek genuanceerd en bijgesteld worden. In elk geval werd er minstens in de eerste helft van de 10de eeuw een aarden verdedigingswal opgericht, op halfrond of rond grondplan (dit laatste is niet meer te achterhalen door de rechtrekking van de Scheldekaaien eind 19de eeuw). De basis van de wal bedraagt meer dan tien meter. De wal is opgebouwd met verschillende grondsamenstellingen, van grijze zandkluiten tot een afwisseling van geel zand en donker humeus materiaal. Het lijkt erop dat de aanleg zorgvuldig en doordacht gebeurde.
Onderin de wal troffen de archeologen standgreppels aan, die mogelijk te maken hebben met de aanleg van de wal. De wal rust bovendien op een onderliggend substraat, een ruimverspreide grijze laag die vanaf de jaren ’70 betiteld werd als ‘Gallo-Romeinse bodem van Antwerpen’. Het lopende onderzoek scherpt dit beeld bij; het substraat kwam tot stand vanaf de Romeinse occupatie (2de-3de eeuw n.C.) tot in de vroege middeleeuwen (of tot begin volle middeleeuwen).
Het lijkt niet uitgesloten dat er vroegmiddeleeuwse bewoning of aanwezigheid was ter hoogte van de latere burcht, getuige enkele scherven en paalsporen.
Onder het substraat bevinden zich nog tal van occupatiesporen (paalkuilen van houtbouw) uit de Gallo-Romeinse periode. Dit zal zeker het bestaande beeld van Gallo-Romeins Antwerpen bijstellen en/of verruimen.
Tijdens het lopende onderzoek werden bovendien een aantal silex werktuigfragmenten ontdekt, zo bijvoorbeeld een pijlpunt uit het late neolithicum of bronstijd, en een aantal Federmesser-artefacten uit het finaal paleolithicum. De steentijdwerktuigen geven aan dat deze plek al vanaf de prehistorie door de mens bezocht werd.
Nauwgezette registratie en interdisciplinair onderzoek van de archeologische relicten zal leiden tot een wetenschappelijk gefundeerde ruimtelijke reconstructie van de Antwerpse burcht doorheen haar geschiedenis. Het onderzoek in de burcht biedt bovendien een staalkaart van bijna alle cultuurperioden die voor Antwerpen (en bij uitbreiding een veel ruimere regio) van toepassing zijn, van steentijd tot late middeleeuwen.
Tim Bellens
Consulent archeologie
Stad Antwerpen afdeling archeologie
Kloosterstraat 15 2000 Antwerpen
tim.bellens@stad.antwerpen.be

